TUCHTREGLEMENT VAN DE STICHTING JEUGDIJSHOCKEY HEERENVEEN E.O. 1991

INHOUD

ARTIKEL 1 : BEGRIPSBEPALINGEN
ARTIKEL 2 : ALGEMENE BEPALINGEN
ARTIKEL 3 : STRAFBARE HANDELINGEN
ARTIKEL 4 : STRAFBAARHEID
ARTIKEL 5 : TUCHTMAATREGELEN
ARTIKEL 6 : DE TUCHTCOMMISSIE
ARTIKEL 7 : HET AANHANGIG MAKEN VAN TUCHTZAKEN
ARTIKEL 8 : UITSPRAAK
ARTIKEL 9 : HERZIENING
ARTIKEL 10 : TENUITVOERLEGGING
ARTIKEL 11 : ALGEMEEN EN SLOTBEPALINGEN
ARTIKEL 12 : INWERKINGTREDING

ARTIKEL 1:
BEGRIPSBEPALINGEN

  1. In dit Reglement wordt verstaan onder:
  2. De Stichting: de Stichting Jeugdijshockey Heerenveen e.o. 1991, opgericht bij notariële akte d.d. 27 juni 1991 verleden voor kandidaat-notaris mr A.J.L van Wolde als plaatsvervanger van notaris mr J.H. Hanewald te Wolvega;
  3. De Statuten: de statuten van de Stichting, eerst vastgesteld op 27 juni 1991;
  4. Het Bestuur: het bestuur van de Stichting zoals bedoeld in artikel 4 van de Statuten;
  5. Huishoudelijk Reglement: het huishoudelijk reglement zoals bedoeld in artikel 12 van de Statuten, voor het eerst vastgesteld op 1 juni 1993;
  6. De Tuchtcommissie: de door het Bestuur ingestelde tuchtcommissie zoals bedoeld in artikel 6.1 van het Huishoudelijk Reglement;
  7. De Voorzitter:de Voorzitter van de Tuchtcommissie;
  8. Het Tuchtreglement: het door het Bestuur vastgestelde tuchtreglement, voor het eerst vastgesteld in mei 2004;
  9. Speler: iedere contribuant die (mee)traint en/of uitkomt voor één van de (jeugd)ijshockeyteams van de Stichting, daaronder begrepen de schaatsklassen;
  10. Ouder(s): degene(n) die op grond van de wet of rechterlijke uitspraak of anderzins is/zijn belast met het ouderlijk gezag over een Speler;
  11. Verzorger:degene die zich, al dan niet tijdelijk, bereid heeft verklaard de zorg – zulks in de breedste zin van het woord – op zich te nemen van een minderjarige Speler;
  12. Commissie:een door het Bestuur ingestelde commissie zoals bedoeld in artikel 6.1 van het Huishoudelijk Reglement;
  13. NIJB:de Nederlandse IJshockey Bond;
  14. Bondsorgaan:een van de organen van de NIJB.

ARTIKEL 2:
ALGEMENE BEPALINGEN

  1. De tuchtrechtspraak in de Stichting geschiedt krachtens dit Tuchtreglement.
  2. Aan de tuchtrechtspraak ingevolge dit Tuchtreglement zijn onderworpen:
  3. de Spelers zoals bedoeld in artikel 1 aanhef en onder h;
  4. de Ouders zoals bedoeld in artikel 1 aanhef en onder i;
  5. de Verzorgers zoals bedoelt in artikel 1 aanhef en onder j;
  6. Aan de tuchtrechtspraak ingevolge dit Tuchtreglement zijn voorts onderworpen:
  7. natuurlijke personen en rechtspersonen, niet vallende onder lid 2 van dit artikel, die zich aan de reglementen en Statuten van de Stichting hebben onderworpen. Hieronder vallen o.m. oefenmeesters, trainers, team(bege)leiders, coaches en de aan de Stichting verbonden scheidsrechters.
  8. Ingevolge dit Tuchtreglement kunnen straffen en maatregelen worden opgelegd, ook indien terzake van dezelfde gedraging vanwege het Openbaar Ministerie een strafvervolging is of zal worden aangevangen of reeds enige straf is opgelegd of anderszins enige straf- of tuchtmaatregel is genomen, daaronder begrepen een bestraffing of andere maatregel door of vanwege (één van de leden van) de NIJB of een scheidsrechter alsmede maatregelen van enig Bondsorgaan met uitzondering van haar tuchtcommissie alsmede de commissie van beroep.

ARTIKEL 3:
STRAFBARE HANDELINGEN

  1. Strafbaar krachtens dit Tuchtreglement zijn:
  2. Overtredingen van de Statuten en de reglementen van de Stichting, daaronder begrepen dit Tuchtreglement;
  3. Overtredingen van besluiten van het Bestuur, Commissies of andere organen van de Stichting, die met de uitwerking of de uitvoering van de Statuten of reglementen belast zijn;
  4. Overtredingen van besluiten van het Bestuur, waarbij aan personen genoemd in artikel 2 de leden 2 en 3 verplichtingen zijn opgelegd, alles voorzover de betreffende statutaire bepaling respectievelijk reglement of besluit vóór het plegen der overtreding tot stand was gekomen, in werking getreden en bekend gemaakt; Onder overtreding wordt mede verstaan het niet, niet tijdig of in onvoldoende mate nakomen van verplichtingen, waaronder het niet tijdig afdragen van contributie.
  5. Strafbaar krachtens dit Tuchtreglement zijn voorts:
  6. Handelingen, welke naar Nederlands recht strafbaar zijn, gepleegd op een aan de Stichting ter beschikking gesteld terrein of lokaal en/of gepleegd op een, aan (een van de leden van) de NIJB ter beschikking gesteld terrein of lokaal en/of tijdens of in verband met activiteiten van de Stichting en/of (een van de leden van) de NIJB;
  7. Handelingen in strijd met de spelregels;
  8. Handelingen in strijd met wezenlijke belangen van de ijshockeysport of van de Stichting;
  9. Onbehoorlijke behandelingen in woord of daad door de in artikel 2 de leden 2 en 3 bedoelde personen;
  10. Wangedrag in, op of rond ijsbaanaccommodaties, vernieling en vervuiling van de ijsbaanaccommodaties.
  11. Strafbaar krachtens dit Tuchtreglement zijn voorts het gelegenheid bieden of aansporen tot het vergemakkelijken van of het behulpzaam zijn bij het plegen van een strafbare handeling.
  12. Strafbaar krachtens dit Tuchtreglement zijn tevens die handelingen of gedragingen die indruisen tegen de geschreven en ongeschreven fairplay-regels en de in de ijshockeywereld geaccepteerde regels van respect jegens elkaar

ARTIKEL 4:
STRAFBAARHEID

  1. De personen genoemd in artikel 2 lid 2 en 2 lid 3 van dit Tuchtreglement kunnen worden gestraft voor strafbare handelingen.
  2. De afzonderlijke bestuursleden en personen die anderszins betrokken zijn bij de leiding van Stichting kunnen bij nalatigheid in het treffen van voldoende maatregelen worden gestraft voor strafbare handelingen van de Stichting.
  3. Personen die in een team of anderszins in groepsverband aan een sportbeoefening deelnemen in een van de aan de Stichting ter beschikking gestelde accommodaties kunnen worden gestraft voor handelingen als bedoeld in artikel 3 van dit Reglement welke door henzelf of andere deelnemers tijdens een sportbeoefening zijn gepleegd. Deze verantwoordelijkheid kan leiden tot het opleggen van één of meer tuchtmaatregelen aan het team of de groep als zodanig.
  4. Oefenmeesters, teamleiders en begeleiders van personen kunnen uitsluitend of medeverantwoordelijk worden gesteld voor strafbare handelingen van personen met of ten behoeve van wie zij als zodanig werkzaam zijn.
  5. Ouders en Verzorgers kunnen uitsluitend of medeverantwoordelijk worden gesteld voor strafbare handelingen van Spelers en minderjarige personen van wie aan hen, al dan niet tijdelijk, de zorg – zulks in de breedste zin des woords – is toevertrouwd.
  6. Ernstige misdragingen van Ouders en Verzorgers kunnen aanleiding zijn om aan de Speler de maatregel als bedoeld in artikel 5 lid 1 onder d op te leggen;
  7. Tot strafbaarheid is (voorwaardelijk) opzet, schuld, nalatigheid of onzorgvuldigheid vereist.

ARTIKEL 5:
TUCHTMAATREGELEN

  1. Als tuchtmaatregel kunnen worden opgelegd:
  2. Waarschuwing;
  3. Berisping;
  4. Schorsing voor een daarbij te bepalen periode van ten hoogste twaalf maanden;
  5. Royement als Speler;
  6. Verbod om aan een bepaald aantal wedstrijden deel te nemen, dan wel gedurende bepaalde tijd of voor het leven aan wedstrijden deel te nemen, een en ander voor zover het wedstrijden van een van de teams van de Stichting betreft;
  7. De verplichting tot het betalen van een schadevergoeding;
  8. Beëindiging van functies en bevoegdheden;
  9. Verbod om gedurende een bepaald aantal wedstrijden, voor een bepaalde tijd, dan wel voor het leven binnen de Stichting, functies, bevoegdheden of werkzaamheden te vervullen respectievelijk te verrichten;
  10. Verbod om gedurende een bepaald aantal wedstrijden, voor een bepaalde tijd, dan wel voor het leven de aan de Stichting ter beschikking gestelde (ruimten en lokalen van) accommodaties en terreinen te betreden, zulks op de tijdstippen dat de Stichting het exclusieve gebruik en/of medegebruik heeft bedongen van (ruimten of lokalen van) deze accommodatie en terreinen.
  11. Indien voor een bepaalde duur of voor een bepaald aantal wedstrijden een speelverbod is opgelegd, is het de betrokkene ook verboden tijdens dat speelverbod in enigerlei functie aan die wedstrijden deel te nemen, tenzij de Tuchtcommissie anders bepaalt.
  12. Een opgelegd speelverbod heeft betrekking op wedstrijden te spelen door een van de ijshockeyteams van de Stichting. Voor de duur van het speelverbod is het de betrokkene toegestaan in andere teams te spelen mits dit een team is van een andere vereniging en/of stichting, tenzij de Tuchtcommissie anders bepaalt.
  13. Terzake van één strafbare handeling kunnen meer tuchtmaatregelen worden opgelegd.
  14. Tuchtmaatregelen kunnen geheel of gedeeltelijk voorwaardelijk worden opgelegd. Daarbij geldt een proeftijd van 10 wedstrijden, tenzij de Tuchtcommissie anders bepaalt. De voorwaarden kunnen inhouden het verrichten of nalaten van bepaalde handelingen alsook het treffen van maatregelen ter voorkoming van herhaling. Een van de voorwaarden gedurende de proeftijd is steeds – ook dan wanneer de tuchtrechtelijke uitspraak dat niet uitdrukkelijk vermeldt – dat de betrokkene zich dient te onthouden van nieuwe strafbare handelingen in de zin van dit Tuchtreglement.
  15. Handelingen in strijd met een bepaalde voorwaarde, gepleegd tijdens de proeftijd, zijn strafbare handelingen, waarop het gestelde onder artikel 3 van toepassing is.
  16. De beslissing dat een voorwaardelijk opgelegde tuchtmaatregel alsnog onvoorwaardelijk zal zijn, berust uitsluitend op de grond van het latere plegen van een strafbare handeling, daaronder begrepen handelingen in strijd met de voorwaarde(n) gedurende de proeftijd.
  17. Gedurende een schorsing is het de geschorste verboden de rechten en bevoegdheden als Speler van de Stichting uit te oefenen behoudens de rechten welke dit Tuchtreglement verschaft.
  18. De verplichtingen van de Speler, waaronder de verplichting tot het afdragen van contributie, blijven gedurende de schorsing onverkort voortduren, tenzij bij de uitspraak anders is bepaald.
  19. De verplichting tot het betalen van volledige contributie voor het lopende seizoen blijft ook in geval van royement voortduren, tenzij bij de uitspraak anders is bepaald.
  20. De Voorzitter is bevoegd in ernstige gevallen en indien het belang van de Stichting dit zeer wenselijk maakt, een lid of een persoon als bedoeld in artikel 2 de leden 2 en 3 te verbieden om in afwachting van de behandeling van de zaak door de Tuchtcommissie, bepaalde rechten en bevoegdheden uit te oefenen, en/of een functie te bekleden.
  21. De Voorzitter is bevoegd voorlopige maatregelen te treffen, waaronder in bijzondere gevallen de maatregel, dat een Speler, in afwachting van de behandeling door en de uitspraak van de Tuchtcommissie, niet speelgerechtigd is.
  22. Door het Bestuur kunnen, in samenspraak met de Tuchtcommissie, spelregels worden aangewezen waarvan bij overtreding de behandeling niet door de tuchtcommissie plaatsvindt, maar waarvan bij overtreding een gestandaardiseerde, door het Bestuur in samenspraak met de Tuchtcommissie vast te stellen, tuchtmaatregel wordt opgelegd.

ARTIKEL 6:
DE TUCHTCOMMISSIE

  1. Alle strafbare handelingen worden in eerste en enige instantie beoordeeld en beslist door de Tuchtcommissie, behoudens in gevallen waarin daartoe in de Statuten en reglementen van de Stichting uitdrukkelijk het Bestuur of een ander orgaan van de Stichting is aangewezen.
  2. De uitspraken van de Tuchtcommissie kunnen niet tot gevolg hebben dat beslissingen van de scheidsrechters tijdens ijshockeywedstrijden worden veranderd of ongedaan gemaakt.
  3. De Tuchtcommissie telt een oneven aantal leden.
  4. De Voorzitter kan lid zijn van Het Bestuur
  5. De leden van de Tuchtcommissie worden door het Bestuur en na voorafgaande instemming van de Voorzitter benoemd voor een periode van vijf jaar. Na afloop van hun termijn zijn zij steeds terstond herbenoembaar. Zij dienen hun werkzaamheden uit te voeren zonder aanzien van personen en met eerlijkheid en onzijdigheid.

ARTIKEL 7:
HET AANHANGIG MAKEN VAN TUCHTZAKEN

  1. De Tuchtcommissie houdt zitting op door de Voorzitter vast te stellen dagen en tijdstippen. Aan de behandeling, beraadslaging en beslissing wordt minimaal deelgenomen door de Voorzitter en één lid.
  2. Van strafbare handelingen als bedoeld in artikel 3 van het Tuchtreglement kan door een ieder aangifte worden gedaan. Aangifte geschiedt schriftelijk aan het Bestuur of aan de Voorzitter.
  3. Bij het doen van aangifte wordt – zo mogelijk – het in Bijlage I bij dit Tuchtreglement vastgestelde formulier gebruikt.
  4. De Tuchtcommissie neemt de voorgelegde zaken niet in behandeling indien niet voldoende aannemelijk is dat betrokkene redelijkerwijs kennis heeft kunnen nemen van de tegen hem of haar aanhangige tuchtzaak.
  5. Indien de tuchtcommissie een aangifte ontvangt van een strafbare handeling, die niet een der Spelers betreft, en de betrokkene(n) niet door of vanwege het Bestuur in kennis is/zijn gesteld van de aangifte, zal de Tuchtcommissie de aangeklaagde(n) middels een brief of telefonisch van de aangifte in kennis stellen.
  6. De aangeklaagde heeft het recht een verweerschrift in te dienen. Dit dient binnen twee dagen, nadat de aangeklaagde door of vanwege de Tuchtcommissie te verstaan is gegeven dat zijn zaak aan de Tuchtcommissie is voorgelegd, te worden ingediend, en wel bij het Bestuur ter attentie van de Tuchtcommissie en/of aan het postadres van de Tuchtcommissie. Op later ontvangen verweerschriften hoeft de Tuchtcommissie geen acht te slaan. De Tuchtcommissie kan op grond van zwaarwegende redenen uitstel verlenen van deze termijn.
  7. Bij de voorbereiding van de zaak vergaart de Tuchtcommissie de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen. De Spelers, Ouders en Verzorgers zijn verplicht alle gevraagde inlichtingen, stukken en gegevens, waarover zij beschikken, terstond te verschaffen.
  8. De Voorzitter doet – al dan niet door tussenkomst van het Bestuur – de aangeklaagde berichten, hetzij rechtstreeks, hetzij via zijn of haar Ouders of Verzorgers, omtrent datum, tijd en plaats van de behandeling van de zaak door de Tuchtcommissie.
  9. De aangeklaagde heeft het recht zich te laten bijstaan door een raadsman.
  10. De Tuchtcommissie kan bijstand of vertegenwoordiging door een persoon tegen wie ernstige bezwaren bestaan, weigeren. De aangeklaagde wordt van die weigering onverwijld schriftelijk in kennis gesteld.
  11. Het tiende lid is niet van toepassing ten aanzien van advocaten en procureurs
  12. De Tuchtcommissie kan met betrekking tot een gedane aangifte besluiten getuigen en/of deskundigen te doen oproepen, teneinde ter behandeling aanwezig te zijn. Deze personen zijn verplicht aan deze oproep, en zijn verplicht aan het onderzoek door de Tuchtcommissie, medewerking te verlenen.
  13. De aangeklaagde heeft het recht te worden gehoord.
  14. In afwachting van de mondelinge behandeling kan de Voorzitter een voorlopige maatregel bevelen.
  15. De aangeklaagde en diens raadsman hebben desgevraagd het recht de stukken in te zien alvorens de behandeling door de Tuchtcommissie een aanvang neemt.
  16. De behandeling door de Tuchtcommissie is in beginsel openbaar, tenzij de Voorzitter om zwaarwegende redenen besluit de behandeling met gesloten deuren te voeren. Minderjarigheid van de aangeklaagde is een zwaarwegende reden.
  17. Van de mondelinge behandeling worden aantekeningen gemaakt. Deze aantekeningen worden uitgewerkt tot een zakelijke weergave van het behandelde. De beklaagde heeft recht op inzage van deze uitgewerkte aantekeningen.
  18. De aangeklaagde kan getuigen voortbrengen.
  19. Indien de Tuchtcommissie zich voldoende voorgelicht acht, kan de Tuchtcommissie bepalen dat nadere getuigen niet meer zullen worden gehoord.
  20. Getuigen zullen door de Tuchtcommissie zonodig afzonderlijk worden gehoord.
  21. De Voorzitter bepaalt de wijze van behandeling van de zaak. Aanwezigen dienen zich te houden aan zijn aanwijzingen.
  22. De Tuchtcommissie kan de grondslag van de aanklacht wijzigen of aanvullen, tenzij de aangeklaagde naar het oordeel van de Tuchtcommissie daardoor aanmerkelijk in zijn verdediging zou worden geschaad.
  23. Indien de Tuchtcommissie zich voldoende voorgelicht acht, sluit de Voorzitter de behandeling.
  24. De uitspraken van de Tuchtcommissie worden gepubliceerd op de internetsite van de Stichting, tenzij de Tuchtcommissie anders beslist.

ARTIKEL 8:
UITSPRAAK

  1. Na afloop van een mondelinge behandeling wordt hetzij terstond uitspraak gedaan, hetzij door de Voorzitter mondeling medegedeeld wanneer zij zal worden gedaan.
  2. De uitspraak vindt – in beginsel – niet later plaats dan op de vijftiende dag na sluiting van het onderzoek, tenzij de Voorzitter anders bepaald. De uitspraak kan schriftelijk dan wel mondeling geschieden. Zij wordt gepubliceerd op de internetsite van de Stichting. Desgevraagd maakt de Voorzitter de uitspraak telefonisch bekend.
  3. Oordeelt de Tuchtcommissie de aanklacht ongegrond, dan spreekt zij de aangeklaagde vrij.
  4. Oordeelt de Tuchtcommissie de aanklacht gegrond, dan bepaalt zij welke tuchtmaatregel(en) terzake aan de aangeklaagde zullen worden opgelegd.
  5. In geval de Tuchtcommissie de aanklacht feitelijk gegrond oordeelt, doch tevens van oordeel is dat de aangeklaagde geen enkel verwijt treft, dan wel slechts in zeer geringe mate een verwijt kan worden gemaakt, kan zij hem schuldig verklaren zonder oplegging van enige maatregel.
  6. De schriftelijke uitspraak bevat een korte aanduiding van de gronden waarop deze berust.
  7. Op verzoek van de beklaagde wordt een mondelinge uitspraak op schrift gesteld. Dit verzoek dient uiterlijk binnen zeven dagen na de mondelinge uitspraak schriftelijk te zijn ontvangen door de Voorzitter. Op later ontvangen verzoeken hoeft de Tuchtcommissie geen acht te slaan.
  8. Van de uitspraak wordt schriftelijk mededeling aan het Bestuur gedaan.
  9. Tuchtmaatregelen treden in werking van het ogenblik af dat de aangeklaagde redelijkerwijs van de uitspraak kennis heeft kunnen nemen. In ieder geval treedt/treden de opgelegde tuchtmaatregel(en) in werking uiterlijk de dag nadat de uitspraak is gepubliceerd op internetsite van de Stichting.
  10. Tegen de uitspraak staat geen beroep open.
  11. De Tuchtcommissie is ten aanzien van de uitspraak geen verantwoording verschuldigd aan het Bestuur.
  12. Het Bestuur heeft de bevoegdheid om in evidente uitzonderingsgevallen te bepalen dat aan een opgelegde tuchtmaatregelen geen uitvoering zal worden gegeven. Van deze bevoegdheid mag slechts gebruik worden gemaakt indien en voorzover het belang van de Stichting dit vereist en niet voordat de Voorzitter daarover is gehoord.

ARTIKEL 9:
HERZIENING

  1. Een persoon aan wie een tuchtmaatregel is opgelegd kan gehele of gedeeltelijke herziening daarvan verzoeken op grond van nieuw gebleken feiten of omstandigheden.
  2. Het verzoek om herziening moet schriftelijk worden gedaan bij de Voorzitter van de Tuchtcommissie welke de tuchtmaatregel heeft opgelegd en dient een nauwkeurige opgave te bevatten van de feiten en omstandigheden, alsmede de bewijsstukken, waarop het verzoek is gegrond.
  3. Wanneer geen nieuw gebleken feiten of omstandigheden worden gemeld, kan de Voorzitter de aanvraag afwijzen.
  4. De Voorzitter gaat vooreerst na of de schriftelijke aanvraag en de daarbij overlegde bewijsstukken en bekend geworden feiten voldoende grond zijn voor een hernieuwde behandeling. Hij deelt zo spoedig mogelijk zijn bevindingen mee aan de verzoeker, alsmede aan de Tuchtcommissie.
  5. Indien de Voorzitter van oordeel is, dat er voldoende grond en/of belang aanwezig is voor een hernieuwde behandeling, dan vindt deze zoveel mogelijk plaats overeenkomstig het bij of krachtens het Tuchtreglement bepaalde, met dien verstande dat de zaak geacht moet worden te zijn aangevangen door het verzoek overeenkomstig lid 2.
  6. Indien de Voorzitter van oordeel is, dat er onvoldoende grond en/of belang aanwezig is voor een hernieuwde behandeling, dan deelt hij dat zo spoedig mogelijk schriftelijk, en met redenen omkleedt, mee aan de verzoeker, alsmede aan de Tuchtcommissie.
  7. Verzoeker heeft het recht om het oordeel van de Voorzitter te laten toetsen door het Bestuur. Bij deze toetsing onthoudt de Voorzitter zich van stemmen. Het Bestuur kan, indien en voorzover zij het oordeel van de Voorzitter niet volgt, de Tuchtcommissie bevelen de zaak hernieuwd, en met inachtneming van de overgelegde bewijsstukken en nieuwe feiten en/of omstandigheden, te behandelen.

ARTIKEL 10:
TENUITVOERLEGGING

  1. Het Bestuur en de in artikel 2 genoemde personen zijn, ieder binnen de kring van hun bevoegdheden, verplicht er voor zorg te dragen respectievelijk er op toe te zien dat opgelegde tuchtmaatregelen worden uitgevoerd en nageleefd.
  2. Het niet nakomen van de in lid 1 bedoelde verplichting is een strafbare handeling als bedoeld in artikel 3.

ARTIKEL 11:
ALGEMEEN EN SLOTBEPALINGEN

  1. Beslissingen omtrent tuchtmaatregelen krachtens dit reglement opgelegd kunnen geen rechten op schadeloosstelling doen ontstaan, uit welke grond dan ook.
  2. Beslissingen omtrent tuchtmaatregelen krachtens dit Tuchtreglement opgelegd kunnen nimmer leiden tot opschorting van de verplichting tijdig en integraal de verschuldigde contributie af te dragen.
  3. De uitleg van het gestelde in dit Tuchtreglement berust bij de Voorzitter.
  4. In alle gevallen waarin dit Tuchtreglement niet voorziet beslist de Voorzitter.
  5. Op de termijnen genoemd in dit Tuchtreglement, is de Algemene termijnenwet van toepassing.

ARTIKEL 12:
INWERKINGTREDING

  1. De tekst van dit Tuchtreglement alsmede de wijzigingsbesluiten worden op de internetsite van de Stichting geplaatst en ook overigens op een zodanige wijze bekendgemaakt dat voldoende verzekerd is dat belanghebbenden ervan op de hoogte kunnen zijn.
  2. Dit Tuchtreglement treedt in werking met ingang van 1 juli 2004.
  3. Dit Tuchtreglement wordt aangehaald als: Tuchtreglement Heerenveen Flyers.

 

Aldus vastgesteld en besloten,

Het Bestuur,

drs. J.H.N. Vollebregt, voorzitter                         ___________________________

  1. S.H. van der Wal, secretaris                       ___________________________

dhr. D. Dijkstra, penningmeester                        ___________________________

dhr J. Vos, afgevaardigde technische commissie ___________________________

H.E. Neef, wedstrijdsecretaris                            ___________________________

mr W.J.Th. Bustin, Tuchtcommissie                   ___________________________

dhr. P. Hellingwerf, sponsoring c.a.                    ___________________________

___________________________

 

mei 2004